foto Voeding

Hersenen en vetten

Ook je hersenen hebben honger

De orthomoleculaire voedingsleer en de BSM hechten grote waarde aan de aard en hoeveelheid vetten die uw kind met de voeding binnenkrijgt. De hersencellen bestaan voor 60% uit vet. Het soort vet dat uw kind tot zich neemt, is van invloed op de structuur van de cellen en op de hoeveelheid dendrieten (=uitlopers) en synapsen(=overdrachtplaatsen). Ook bepalen de vetmoleculen mede de hoeveelheid en het soort van neurotransmitters (=boodschapperstofjes) die hersencellen aanmaken en afvuren. Een verkeerde verhouding tussen de vetten leidt tot slecht functionerende hersenen en zelfs tot de dood van hersencellen.

Oliën en vetten worden als volgt onderverdeeld:

  • onverzadigd vet (OV); bijvoorbeeld uit roomboter of olijfolie
  • meervoudig onverzadigd vet (MOV); dit vet is vloeibaar bij kamertemperatuur. 
    Producten die rijk zijn aan MOV zijn vette vis, verse noten en zaden. De MOV groep is te verdelen in omega-6 vetzuren uit plantaardige oliën en omega-3 vetzuren uit lijnzaadolie en vette vis.
  • verzadigd vet (VV); dit vet is bij kamertemperatuur gestold. Producten die rijk zijn aan verzadigd vet zijn frituurvet, vlees, kaas, snacks en zoetwaren.

De verhouding tussen VV en MOV in de voeding is duizenden jaren ongeveer 1 : 1 geweest. De laatste 100 jaar is dit veranderd naar de verhouding 7 : 1.

Wat doen verzadigde vetten in het brein ?

Als uw kind teveel verzadigde vetten eet gaan de buitenwanden van de hersencellen verschrompelen en verharden. Ze worden minder beweeglijk.
De dendrieten ontwikkelen zich niet goed en de productie en afgifte van neurotransmitters raakt verstoord. Dit leidt tot slechte communicatie tussen de cellen en dus tot slecht functionerende hersenen.

Wat zijn goede vetten voor de hersenen van mijn kind ?

Omega-3 vetten stimuleren juist de groei van hersencellen. Visolie kan de structuur van hersencellen wijzigen en het gedrag van neurotransmitters veranderen. Zo helpt visolie de celwand vloeibaar te maken of te houden waardoor communicatie tussen synapsen goed verloopt en de neurotransmitters en receptoren goed in elkaar passen. Visolie verhoogd ook het serotonine niveau.
Dit is een neurotransmitter die onder meer onze stemming bepaald.

In visolie zitten 2 soorten vetzuren. Het DHA (=docosahexaeenzuur) en EPA (=eicosapentaeenzuur). Het grootse deel van alle vet in de hersencellen is DHA. Het houdt de celstructuur in stand en verhoogd het niveau van de neurotransmitter acetylcholine. Deze neurotransmitter speelt een essentiele rol in het leervermogen  en geheugen. DHA helpt dan ook bij bijvoorbeeld leerstoornissen, dyslexie en ADHD.

Uit onderzoek in India met kinderen die ADHD hadden, bleek het gebruik van lijnzaadolie tot een significante verbetering te leiden. Lijnzaadolie bevat ondermeer veel alfalinoleenzuur (ALA), waaruit het lichaam via EPA het DHA kan maken.

Dus: intelligentie, leervermogen en geheugen, aandacht, concentratie en stemming worden voor een belangrijk deel bepaald door vetten.

Citaat

Alleen wat beweegt en verandert, blijft fris en bij de tijd.

(Chinees spreekwoord)