Hoe is de B.S.M.- de JongĀ® therapie ontstaan ?
De therapie is ontwikkeld door mw. de Jong-Koutstaal. Van haar vijf kinderen waren er drie dyslectisch. In de jaren '70 vatte men dyslexie op als een geestelijke achterstand. Mw. de Jong weigerde dit te accepteren, omdat zij sterk het gevoel had dat er mogelijkheden in haar kinderen zaten die er niet uitkwamen. Dit was de start van een zoektocht. Ze kwam in contact met een psycholoog die promoveerde op het onderwerp dyslexie bij begaafde studenten. Zij had ontdekt dat het uitvoeren van bepaalde bewegingsoefeningen van invloed was op de dyslexie. Mw. de Jong is dit verder gaan ontwikkelen. Als remedial teacher behandelde zij kinderen met leerstoornissen. Daarbij is ze gaan experimenteren met symmetrische- en fijnmotorische bewegingsoefeningen. De resultaten bleven niet uit, maar het riep wel de nodige vragen op. Zoals:
- Wat is de lichamelijke oorzaak van een leer- en/of gedragsprobleem ?
- Welke lichamelijke functies zijn betrokken bij het bevorderen van cognitieve vaardigheden door middel van bewegen ?
Een studie op dit gebied bleek niet te bestaan. Zij is toen alles wat op wetenschappelijk gebied met dit onderwerp te maken had gaan bestuderen en sprak met uiteenlopende deskundigen. Uiteindelijk is hieruit na vele tientallen jaren de BSM therapie gevormd.
